Gebruik altijd de meegeleverde oplader en laad de batterij op in een droge ruimte.
Laad nooit buiten op bij regen of in vochtige omgevingen. De batterij en oplader moeten droog zijn voordat je gaat opladen.
Probeer de batterij op te laden voordat deze onder de 10% komt. Het is beter voor de batterij om niet helemaal leeg te raken.
Laad de batterij niet op en bewaar deze niet bij temperaturen onder nul. Als de batterij koud is, laat deze dan eerst op kamertemperatuur komen voordat je gaat opladen.
Als je de scooter langere tijd niet gebruikt, laad de batterij dan ongeveer eens per maand bij voor onderhoud.
Bewaar de batterij bij voorkeur droog, koel en vorstvrij. Controleer af en toe of de contacten en oplader heel en schoon zijn.
Gebruik de batterij of oplader niet als er iets beschadigd uitziet, vreemd ruikt of abnormaal warm wordt.